De geschiedenis in vogelvluchtVan de Baptisten Gemeente Stadskanaal Noord |
||
|
“Op den stillen zondagavond van 15 mei 1845 begaf zich de broederschap naar de hoeve van Roelof Reiling aan de Nijveensche Mond”. Zo staat het in het boek van dr. G.A. Wumkes op bladzijde 27. Een beschrijving van de doopplechtigheid van een zevental personen, te weten Johannes Elias Feisser, Arend Speelman, Roelof Reiling en zijn vrouw Geertuida Reiling-Teissens en de gebroeders Willem, Jannes en Hendrik Kruit. De doop werd verricht door br. J. Köbner, lid van de baptisten gemeente Hamburg. Een correctie van de beschrijving is op zijn plaats: 15 mei 1845 was niet op een zondag. Dr.Wumkes had zijn veronderstelling van dopen op een zondagavond kunnen corrigeren daar in de bijlagen van zijn boek een brief van J. de Liefde aan J.E. Feisser is opgenomen, gedateerd: Zondag 13 april 1845!!! Volgens de eeuwigdurende kalender 1801-1999 klopt het dat 13 april op een zondag viel. Dat betekent dat 15 mei 1845 niet op een zondag viel maar op een donderdag!
DE EERSTE GEMEENTE
Hoewel er vreugde en vrede was over het feit dat de eerste “gemeente van gedoopte Christenen” in Nederland openbaar was geworden hadden de leden en dus de gemeente tal van tegenslagen en teleurstellingen te verwerken. Vriendschapsbanden kwamen onder druk te staan, huren van woningen werden opgezegd. Kortom: de gemeente stond tegenover een vijandige wereld. Feisser beschikte niet over een goede lichamelijke gezondheid. De broeders Roelof Reiling (diaken van de gemeente) en Johannes Kruit gingen om beurten in de diensten voor. Zij hadden volgens Feisser de gave om de gemeente op te bouwen en te versterken. Later moest Feisser ook vaak de middagsamenkomst verzuimen vanwege zijn gesteldheid. In 1849 nam Feisser als voorganger afscheid van de gemeente en vestigde zich in Nieuwe Pekela. Zijn woning werd letterlijk afgebroken en in Nieuwe Pekela weer opgebouwd! Dit betekende niet dat de band met de gemeente werd doorgesneden. Heel vaak gingen Feisser en Speelman, die ook in Nieuwe Pekela woonde, naar de middagsamenkomsten van de gemeente. Op 2 juni 1865 overleed Johannes Elias Feisser.
EVANGELISTEN IN DE GEMEENTE
Na het vertrek van Feisser (1849) kwam de gemeente voornamelijk onder leiding van Roelof Kruit en Johannes Kruit tot stichting en opbouw van het geloofsleven bij elkaar. Ook werden er gastsprekers uitgenodigd om, of in de zondagsdiensten, of in de wekelijkse bijeenkomsten het Woord van God te verkondigen. In de zomer van 1855 werkte een evangelist, Merkhoff, uit de evangelistenschool van ds. J. de Liefde, vooral onder Duitse veenarbeider in Stadskanaal. Een andere evangelist, K. Holleman, preekte in juli 1855 in de schuur bij Albert Wolters, Drouwenermond, lid van de baptistengemeente. Ook E. Gerdes kwam in 1858 naar Stadskanaal om ter plekke en in de omgeving te evangeliseren. Later werd hij gedoopt en dus lid van de gemeente. (Gedoopt in een houten doopvont en warm water! Voor sommige baptisten een onwaardige doopvorm). In het najaar van 1858 vertrok Gerdes. Avondmaal vieren met nieuw bekeerden zonder gedoopt te zijn was het breekpunt tussen de gemeente en haar evangelist. Ds. De Liefde vond dat het werk te Stadskanaal en omgeving voortgezet moest worden. Hij stuurde daarom zijn leerling Jacob Witmond. Deze preekte elke week bij A. Wolters in de schuur. Maar ook bij H. Kruit te Boerveenschemond en R. Reiling te Gasselternijveen ging hij in de samenkomsten voor. Door de doop werd hij aan de gemeente verbonden en mede door zijn zegenrijke werk groeide de gemeente in 1864 naar 90 leden! Weer ontstond er verdeeldheid over open en gesloten avondmaalsviering. Witmond vertrok in 1865 naar Haarlem om daar zijn werk als evangelist voort te zetten.
HENDRIKADIUS ZWAANTINUS KLOEKERS
Oud China-zendeling Kloekers was op de hoogte gebracht van het baptisme in de Veenkoloniën. In november 1866 bracht hij een bezoek aan Stadskanaal en Groningen. Op de bidstond van 28 november 1866 besloten alle broeders en zusters van de gemeente Kloekers uit te nodigen onder hen te komen werken. Op 15 januari 1867 verbond hij zich aan de gemeente met een preek over 1 Cor.2:2. Hij kreeg te maken met “oppositie”. Hij moest optreden tegen “ongedoopte gasten” en bovendien waren sommigen tegen het dopen in een doopvont. De verplaatsing van de gemeente te Gasselternijveen naar Stadskanaal kreeg op 7 juli 1867 haar definitief beslag met de ingebruikneming van de kerk aan de Handelsstraat. Kloekers’ invloed op de gemeente werd duidelijk in beginselvastheid ten aanzien van de doop, het avondmaal en het geestelijk leven. In 1875 werd Kloekers voorganger van de geïnstitueerde gemeente Nieuwe Pekela (7 november 1875). Hij woonde reeds in Nieuwe Pekela want in september 1870 was hij gehuwd met de weduwe van dr. Feisser.
HENDRIK KRUIT, BOER EN VOORGANGER
Een van de eerste zeven gedoopten, Hendrik Kruit, werd de opvolger van Kloekers. Onder zijn leiding werd in 1858 begonnen met zondagsschoolwerk in de Gasselterboerveenschemond. Kruit was een zeer gezien figuur. Hij was zelfs langer dan 25 jaar gemeenteraadslid. Bovendien heeft hij in de oprichting van de Unie (1881 te Foxhol) een rol gespeeld. Vanwege zijn opvatting over verzoening (die hij deelde met Kloekers) ontstond er een scheuring in de gemeente (1882). Een groep onttrok zich aan de gemeente. Op 22 mei 1888 overleed H. Kruit. Het werk in de gemeente werd door de ouderlingen J. Reiling en J. Stavast voortgezet.
OPBOUW EN UITBOUW VAN DE GEMEENTEOp 16 februari 1890 deed ds. N. van Beek, komende van de gemeente Groningen, zijn intrede als voorganger. Ds. Van Beek werkte o.a. aan de wederopname van de gemeente in Unieverband. En nadat de gemeente de Uniegemeenschap in 1886 verlaten had werd zij weer opgenomen in het jaar 1896. Ds. Van Beek was in dubbel opzicht een bouwer. Door zijn leiding ontstond er in de gemeente een goed kader. Dat kader kon weer ingezet worden op talrijke plaatsen, waar ook namens de gemeente gewerkt werd. De post Musselkanaal kreeg in 1894 een eigen evangelisatielokaal. In Nieuw Buinen werd evangelisatiearbeid verricht vanuit het huis van J. Stavast. In Muntendam was ook een evangelisatiepost van de gemeente Stadskanaal. Hoewel het werk in Muntendam vanuit Foxhol begonnen was knoopte de groep na interne moeilijkheden de banden met Stadskanaal aan. De broeders van Beek, Reiling en Dethmers dienden de gemeenschap in Muntendam. In 1898 kon men daar over een eigen kapel beschikken. Op 8 januari 1911 nam ds. N. van Beek afscheid van de gemeente. Hij vertrok naar Den Haag.
|
||
|
|